Het speelveld varieert nogal eens. Er zijn wel officiele maten, waarop internationale toernooien worden gespeeld, maar in de Nederlandse competitie hangt het speelveld af van het zwembad. De diepte varieert van ca. 2 meter tot 3,65 meter. Over het algemeen wordt er in vlakke zwembaden op een diepte van 2 meter gespeeld over de gehele lengte van het bad (25 meter), of in zwembaden met een diep gedeelte over de breedte van dat diepe bassin. Aan beide zijden van het veld bevindt zich een doel, een open metalen bak, een soort knikkergoot.

Om onderwaterhockey te spelen heb je nogal wat materiaal nodig: Als eerste heb je standaard snorkeluitrusting nodig. Dit omvat vinnen, een duikbril en een snorkel. Vinnen zijn noodzakelijk om het spel snel en dynamisch te houden. Er zijn vinnen in allerlei soorten en maten. De vinnen moeten snel en wendbaar zijn, je moet er snel mee kunnen draaien en accelereren. Naast vinnen heb je een duikbril nodig. Dit zijn dus niet van die zwembrilletjes. De bril moet twee aparte glazen hebben zodat de puck het glas niet kan breken. Aan je bril zit je snorkel. Deze heb je nodig om boven water adem te kunnen halen terwijl je met je gezicht in het water ligt om het spel te olgen. Vaak snijden OH-ers een stuk van de snorkel af zodat ze er onder water niet teveel weerstand van hebben.
Als tweede heb je een cap nodig. Deze heeft oorbeschermers om tegen de puck en klappen van sticks te beschermen. Verder heeft de cap een kleur (blauw of wit) om aan te geven wie bij welk team hoort. Er zijn geen rode caps, zoals bij waterpolo, omdat er bij onderwaterhockey geen keepers zijn. Daarnaast heeft de cap een nummer, voor de administratie van spelers.
Naast de cap heb je een stick nodig. Deze stick is vervaardigd uit hout of kunstof en heeft een lengte van ongeveer 30 centimeter. Hier zie je een voorbeeld van hoe de stick er uit kan zien:

Zoals je ziet heeft ook de stick een kleur om aan te geven bij welk team je hoort. De vorm van de stick is enigszins beperkt door officiele maten waaraan de stick moet voldoen, maar er is een keur aan sticks te vinden. Een stick is meestal erg persoonlijk, veel spelers knutselen lang om een stick te krijgen die voor hun gevoel voldoet.
Als laatste heb je een handschoen nodig. Deze is alleen nodig voor de speelhand. De handschoen is bedoeld om je hand te beschermen tegen scherpe randjes aan de zwembadtegels en aanrakingen met de puck of andere sticks. Om die reden is de handschoen bedekt met een laag siliconen.
Om onderwaterhockey te spelen heb je naast een zwembad, doelbakken en het genoemde materiaal ook nog een puck nodig om mee te spelen. Het betreft hier een loden puck van ca. 1,5 kilo. Tegenwoordig is de loden puck bedekt met een kunstof coating ter bescherming van de zwembadbodem. Omdat de puck zo zwaar is blijft hij goed liggen op de bodem. Toch is het goed mogelijk om snel met de puck te spelen. Na enige oefening is het goed mogelijk de puck enkele meters ver te schieten, waarbij de puck ook van de bodem loskomt.
Zoals gezegd worden wedstrijden dus gespeeld met 6 tegen 6 spelers in het water. Het is belangrijk dat het team goed op elkaar ingespeeld is, omdat onder water niet gecommuniceerd kan worden. De enige mogelijkheid is door met je stick op de bodem te tikken om te laten weten dat je er bent. Tactiek is daarom ook erg belangrijk. Er is bij onderwaterhockey geen keeper, dus de 6 spelers zijn allen veldspelers. Er zijn met 6 personen veel verschillende opstellingen te bedenken, maar over het algemeen is er wel een verdediging, een middenveld en de aanval.
Het spel wordt begeleid door een aantal scheidsrechters. Een hoofdscheidsrechter op de kant en twee waterscheidsrechters. Deze waterscheidsrechters volgen het spel in het water en communiceren met handsignalen met de hoofdscheidsrechter. Deze bedient het geluidssignaal. Dit is meestal een ijzeren staaf die in het water hangt waarop geslagen wordt.
Een officiele wedstrijd duurt twee keer een kwartier met drie minuten rust ertussen. Op vriendschappelijke toernooien wordt vaak maar een helft gespeeld.
Onderwaterhockey is, net als veel andere teamsporten, ontstaan in Engeland. In de jaren 50 zochten duikverenigingen naar een activiteit die zij in de winter konden doen behalve saaie conditietrainingen. De sport kreeg origineel de naam Octopush mee, in Engeland wordt het ook nog steeds zo genoemd.. Bij de British Octopush Association kun je precies lezen hoe de sport verzonnen is.
Onderwaterhockey is in 1954 bedacht door een Engelse duiker, Alan Blake. Hij had in de jaren ervoor een duikclub opgericht en was bezorgd over wat ze in de winter moesten gaan doen. Buiten duiken was te koud. In het zwembad was duiken bovendien verboden omdat de directeur bang was voor het beschadigen van de tegels. Alan had een idee voor het rond spelen van een schijfje op de bodem van het zwembad. Samen met wat vrienden heeft hij een avond lopen brainstormen over hoe het er precies uit zou moeten zien. Die avond ontstond ook de originele naam van het spelletje: octopush.
De naam octopush is afgeleid van twee dingen. Om te beginnen hadden ze bedacht dat het spel met acht (octo) mensen zou moeten worden gespeeld. Verder moest het schijfje worden geduwd (pushen). Dat gecombineerd werd octopush.
Na het bedenken van de basisregels moest er materiaal komen. Ze hadden bedacht dat de stick de puk voor een derde moest omvatten zodat deze netjes afgespeeld kon worden. Als mal voor een genoeg zware puk werd uiteindelijk een snoepblik gebruikt en restjes lood van diverse dingen zoals tandpastatubes en afvoerpijpen.
Na het ontwikkelen van het materiaal bleef er nog 1 vraag over. Is het mogelijk dit spelletje echt onderwater te spelen? De enige manier om daar achter te komen was natuurlijk het in praktijk brengen.
Met het materiaal, de spelregels en een mededelingenbord gingen de vrienden naar het het oude Portsmouth Guildhall Bad. Bij het eerste uitproberen bleek de stick de puk goed weg te slaan en er waren geen aanpassingen nodig. Na het gezamenlijk doornemen van de spelregels kon het eerste potje beginnen.
Vanaf dat moment werd er regelmatig geoefend. Het opkomende succes van octopush kwam alleen niet zonder horten of stoten. Veel baden verboden de uitrusting van vinnen snorkel en stick.Toch verspreide het spel zich naar andere duikclubs in Engeland die ook tegen elkaar wedstrijden speelden. Door Alan Blake's vele reizen kwamen ook andere landen in contact met het spel.
Als gevolg van het opkomende succes van het spel werd in Engeland in 1976 de BOA (British Octopush Association) opgericht als een overkoepelende organisatie. Zij besloten ook het aantal spelers per team in het water naar 6 te veranderen.
Twee jaar later werd onderwaterhockey ook herkend door CMAS (Underwater Games Commission of the Confediration Mondiale des Activites Subaquatique) en in datzelfde jaar werden de eerste internationale kampioenschappen gehouden onderleiding van de YMCA SCUBA convention in Miami. Door een artikel in 'the American Skin Diver magazine'? in oktober 1961 kreeg het spel nog meer internationale bekendheid.
Ook Nederland kwam uiteindelijk in contact met het spel. Dit is gebeurd via een lid van de Duikvereniging Baracuda, gevestigd in Den Haag. Daarna verspreide het spel zich in Nederland al vrij snel over de verschillende duik- en zwemverenigingen. In 1973 werd de eerste Nederlandse competitie gespeeld. Deze bestond uit twee regio's met een nationaal eindtoernooi. Inmiddels wordt onderwaterhockey actief gespeeld door zo'n 40 teams in Nederland. Dit alles gebeurt onder het toezicht van de NOB (Nederlandse Onderwatersport Bond), die ook andere sporten als vinzwemmen en onderwaterrugby begeleidt.
Op dit moment wordt onderwaterhockey in 42 landen gespeeld. De bekendste zijn; Nederland, Engeland, Frankrijk, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Canada en de VS. Maar ook in landen als Hongarije, Duitsland, Ierland, Schotland, Argentinie en zelfs Zimbabwe word onderwaterhockey gespeeld.
Onderwaterhockey wordt in verschillende landen over de gehele wereld gespeeld. De overkoepelende organisatie hiervan is de CMAS. De bekendste onderwaterhockeylanden, naast Nederland zijn: Engeland, Frankrijk, Australie, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Canada en de VS. Elke twee jaar worden er Europese en Wereldkampioenschappen gehouden. Aan de laatste WK in 2002 deden 15 landen mee. Helaas is onderwaterhockey geen olympisch erkende sport.
Het originele verhaal van Alan Blake is te vinden op: Alan Blake story.